Eigen inzet maakt het verschil: Eritrea

Delen mag. Graag zelfs.

Nieuwe Nederlanders, in dit geval nieuwe Wageningers. Mensen, die vanuit het buitenland naar Wageningen zijn gekomen en hier hun leven verder inhoud willen geven, voornamelijk omdat zij om de een of andere reden hun vaderland moesten ontvluchten. In deze serie ‘Eigen inzet maakt het verschil’ vertellen zij hoe zij hun plek in Wageningen hopen te vinden en hoe ze op de een of andere manier hun steentje aan de Wageningse samenleving bij willen dragen. Vandaag het echtpaar Awet Afeworki en Shishay Tecle, afkomstig uit Eritrea. Ze hebben de Nederlandse taal prima onder de knie. Hij vluchtte in 2010 naar Soedan omdat hij, net als alle mannen, in Eritrea verplicht in militaire dienst moest. In Soedan kon hij in een privékliniek aan de slag. In 2013 kwam hij naar Nederland. Vervolgens vroeg hij politiek asiel aan. In 2015 kwam hij naar Wageningen. Hij studeerde public health aan de VU in Amsterdam. Zijn vrouw Shishay wilde bij haar man wonen. Ze vluchtte in 2015 vanuit Eritrea naar Soedan. Daar verbleef ze vier jaar. Toen mocht ze naar Nederland komen. Voordat ze naar Nederland kwamen, hadden ze al het een en ander achter de rug. Awet Afeworki en Shishay Tecle, getrouwd, twee dochters, wonen alweer een aantal jaren in Nederland. Ze zijn christen. Awet volgde in Eritrea een kunstopleiding, ze was er docent tekenen en schilderen op een basisschool in de hoofdstad Asmara. Momenteel maakt ze de mooiste olieverfschilderijen met Eritrese invloeden. In juli exposeert Awet haar werken in de bblthk. Shishay werkte in Eritrea als klinisch laborant na zijn studie aan de universiteit van Asmara. Hij werkte zeven jaar bij de nationale Eritrese bloedbank. Awet: “De meeste mensen in Eritrea wonen in een dorp; er zijn veel traditionele families. Ik kom uit een boerenfamilie. De eerste jaren hier vond ik moeilijk vanwege de kou. Maar dat went! Ik ben blij met het mooie contact, dat we hier met de buren hebben, zij staan altijd voor ons klaar!”  Shishay vertelt over haar land: “De hoofdstad Asmara is even groot als Amsterdam. Het is een schone stad. Vroeger was het leven daar vrij goed. Wat ik zo bijzonder vind in Nederland is, dat je een enorm gevoel van vrijheid voelt, dat vind ik heel bijzonder! Maar.. je moet hier wel altijd alles afspreken! Wij zijn nu heel druk met de Nederlandse taal en met de kinderen. Ik heb als assistent-docent tekenen op het Pantarijn gewerkt, bij Vrijwilligerswerk en de gemeente gewerkt en stage gelopen bij Vilente. Nu help ik bij Kinderopvang”. Shishay komt haar tijd wel door: “Thuis ben ik druk met het maken van schilderijen. Ik bereid mijn expositie in de bblthk voor. Daar laat ik werken zien, die gebaseerd zijn op de cultuur van Eritrea. Ik zou het zo mooi vinden om op een school als tekendocent te mogen werken”. Haar man Awet heeft zijn draai in de Nederlandse samenleving goed gevonden: “Ik lees veel om mijn kennis van de Nederlandse taal te verbeteren, want het is best een moeilijke taal. Ik wil graag zelf mijn geld verdienen. Heel graag zou ik iets in de gezondheidszorg willen doen, bijvoorbeeld als laborant. Ze zien grote verschillen tussen beide landen: “Hier is heel veel water, dat is mooi! En heel bijzonder is, dat je met de mensen altijd een afspraak moet maken, dat kennen wij niet”. Awet vertelt: “Je moet hier werken om te leven, heel goed. Maar je krijgt hier wel ondersteuning om op eigen benen te kunnen staan”. Merken ze iets van discriminatie? “Helemaal niets! We begrijpen wel, dat de Nederlanders hun land willen beschermen, maar wij voelen ons veilig en vrij! Een gevoel dat we in Eritrea niet kennen”. Dan zegt Shishay: “Geef nieuwe Nederlanders een kans, ondersteun ze in het begin en laat ze een waardevol onderdeel van de samenleving zijn. Probeer het cultuurverschil met de nieuwkomers te begrijpen!”

Hij vluchtte in 2010 naar Soedan omdat hij, net als alle mannen, in Eritrea verplicht in militaire dienst moest. In Soedan kon hij in een privékliniek aan de slag. In 2013 kwam hij naar Nederland. Vervolgens vroeg hij politiek asiel aan. In 2015 kwam hij naar Wageningen. Hij studeerde public health aan de VU in Amsterdam. Zijn vrouw Shishay wilde bij haar man wonen. Ze vluchtte in 2015 vanuit Eritrea naar Soedan. Daar verbleef ze vier jaar. Toen mocht ze naar Nederland komen

Delen mag. Graag zelfs.