Het is bijzonder om een engel bij naam te kennen

Bas Het is bijzonder om een Engel bij naam te kennen

Het leven is een en al een bron van ervaringen: mooie, trieste,  met alle varianten ertussen. Op mijn pad kwam ik Bert tegen. Hij had een levenservaring gehad, die hem en zijn dierbaren zó gegrepen heeft en die hem tot schrijven heeft gebracht. Ik vind zijn relaas mooi, vandaar dit waar gebeurde verhaal op deze website.

Het is bijzonder om een engel bij naam te kennen

Op 20 januari laten we een echo maken, omdat onze kleine al weken in stuit ligt. Hem draaien mag niet omdat de placenta niet goed ligt. Ineens blijkt tot onze schrik dat ons kindje een open rug heeft. Ons Ukkie zal waarschijnlijk gehandicapt zijn. We rouwen om het verlies van een gezond kind, maar passen in gedachten ons huis aan voor een kind in een rolstoel. We mailen vriend(inn)en en familie.

Ukkie zou 11 februari gehaald worden. Maar donderdagavond 6 februari jaagt de ambulance, die eerst niet wilde rijden, over de gladde weg naar het academisch medisch centrum. Net op tijd, want twintig minuten na aankomst zijn de vliezen gebroken en heeft Anneke al acht centimeter ontsluiting. Na een ruggenprik en vanwege zijn waterhoofdje een keizersnee, is om 01.15 uur onze tweede zoon Bas bij ons. Bert knipt de navelstreng door van de flinke baby (3885 gram). Hij lijkt precies op zijn grote broer Harry tot en met zijn zwarte kuif.

We zijn heel erg blij, maar ook bezorgd. Zijn beentjes staan namelijk recht op zijn lijfje in een dwangstand, hij heeft klompvoetjes en zijn cèle (open rug) is veel groter en ligt hoger dan verwacht. De hele vrijdag zijn er allerlei onderzoeken om te zien of ze Bas kunnen behandelen. Vrijdagochtend adviseert de dokter al om onze Bas niet te reanimeren als hij stopt met ademen.

We knuffelen Bas, zingen voor hem en vertellen hem verhaaltjes. Hij ontspant zich bij ons helemaal en ligt graag aan de borst.

Onze handen op Bas’ hoofdje

Zaterdag, op Anneke’s verjaardag, adviseert de dokter hem niet te behandelen bij infectie. Verder vraagt ze ons om na te denken over wat we willen als het ziekenhuis ons adviseert Bas niet te behandelen. Als ze dat adviseren en wij gaan akkoord, dan gaat Bas vlug dood, omdat hij meer pijnstillers nodig heeft dan zijn lijfje aan kan. Gaan we niet akkoord, dan kan Bas misschien wel zestig jaar oud worden. Maar dan is hij wel heel zwaar gehandicapt en heeft hij veel pijn. Wat moeten we doen? We hopen uit alle macht dat ze adviseren Bas wel te behandelen.

Zaterdagnacht geeft de verpleging hem zonder overleg de fles. Daarna snapt Bas het niet meer en gaan we na herhaaldelijk proberen van de borst over op de fles. Bert kan hem dan ook eens voeden.

Zondag komen oma en Harry op bezoek. We maken we er voor Harry een vrolijke middag van, omdat hij voor het eerst zijn broertje ziet. En we vieren Anneke’s verjaardag. We vertellen hem wel dat Bas heel ziek is.

Maandag zegt de dokter dat ze morgen pas hun advies kunnen geven, maar dat het er slecht uitziet. De spanning is verschrikkelijk. Weer de hele dag door onderzoeken. Arme Bas, hij krijgt bijna geen kans om te drinken.

Dinsdagmorgen tilt Bas voor het eerst zijn hoofd op als hij op zijn buik ligt. Dinsdagmiddag adviseren ze ons Bas te laten gaan. Hij is verlamd onder zijn middel en voelt alleen de voorkant van zijn bovenbenen een beetje, waardoor hij zijn benen wel naar zijn neus kan optrekken maar niet meer terug kan brengen. Hij is helemaal incontinent, heeft klompvoeten, vergroeide benen, knieën en heupen. Hij zal daarom waarschijnlijk altijd moeten liggen en kan heel misschien ooit in een rolstoel. Hij heeft of krijgt een waterhoofd met drain. Zijn kleine hersenen zakken weg in zijn achterhoofdsgat, waardoor hij mogelijk adem- en slikproblemen krijgt. Hij heeft een vergroeide rug, grote doorligwonden, steeds pijn enzovoorts. Ondanks de twintig tot honderd operaties die hij nodig heeft, zal hij nog verder achteruit gaan. Volgens het ziekenhuis is hij waarschijnlijk ook verstandelijk gehandicapt en met zo’n lijf is dat maar beter ook, zeggen ze. Er wacht hem namelijk een heel ellendig leven. We gaan akkoord, want we willen hem niet tot zoveel leed veroordelen. Dat moet zwaarder wegen, dan dat we zoveel van hem houden, dat we hem niet willen en kunnen missen. We zijn ontroostbaar. Alles gaat onvoorstelbaar vlug. We bellen familie en een paar vriend(inn)en om Bas in leven te laten zien. Terwijl zij onderweg zijn, doopt de dominee Bas en Harry samen. Hopelijk is dat een mooie herinnering voor Harry voor later. Het is de enige keer dat Bas van de afdeling weg mag, zij het met verpleging erbij.

Bijna iedereen kan komen op dinsdagavond en woensdagmorgen en luistert naar Bert’s verhaal. Dan gaan ze alleen en in tweetallen bij Anneke en Bas op bezoek. Woensdagmorgen pakt Bas de fles tussen twee armpjes om beter te kunnen drinken.

Woensdagmiddag komt als laatste Harry’s juf langs. Kort daarna maakt Harry de laatste foto van Bas en gaat met oma Gerda spelen en slapen in een hotel. Direct na het aanleggen van het morfine-infuus is Bas diep bewusteloos. Dat wijst op meer hersenschade dan ze konden zien. Hadden we wel laten behandelen, dan had hij waarschijnlijk niet kunnen praten en had hij elke operatie in de narcose kunnen blijven. Urenlang wordt hij om de beurt blauw en weer roze. Zijn hartje weigert het op te geven. Totdat hij na een laatste spuitje woensdagavond om 22.00 uur overlijdt.

Anneke wast hem samen met de zuster en kleedt hem aan, voor het eerst en voor het laatst. Direct daarna komt de dominee voor een afscheidsritueel voor ons. Heel bijzonder.

Donderdag rijden we na veel geregel, omdat geen taxi wil of durft te rijden, met Bas in een grote taxi naar huis. Deze thuiskomst hadden we ons zoveel mooier voorgesteld. We moeten alles regelen, er is geen kraamhulp voor Anneke, niks.

Zondag is de condoléance. Buiten staan meer dan 130 mensen in de vrieskou in de rij om Bas en ons te zien. Klasgenootjes van Harry met papa’s en mama’s, familie, vriend(inn)en en collega’s. Binnen klinkt babymuziek en hangen grote foto’s van Bas aan de muur. Er liggen kleurpotloden en tekenpapier en er staan bloemetjes in de kleuren geel, rood en blauw.

Op maandag 17 februari begraven we Bas bij heldere hemel met zon en negen graden vorst. Bert heeft ‘s ochtends de laatste schepjes aarde uit het grafje gegraven en alles aangestampt. Iedereen schrijft een kaartje met een groet aan Bas en bindt het aan een ballon. Bert vertelt kort hoe we ons hele leven met Bas voorstelden en dan zingt hij met Paul en Aart “O occhi manza mia”. Harry helpt Bert om Bas in zijn grafje te zetten. Anneke leest een gedicht voor bij de vijver. En tot slot laten we de ballonnen los. Ze waaien over Bas’ plekje heen naar de hemel.

Het is bijzonder om een engel bij naam te kennen.
En heel verdrietig.
Je bracht ons zoveel liefde,
dat het leeg is zonder jou.

We zullen Bas nooit vergeten. Wie kan er nu een eigen kind vergeten? We praten graag over Bas en koesteren de mooie herinneringen.

Delen mag. Graag zelfs.