Jan Boer Tesla's en voedselbanken

Veel Tesla’s, veel voedselbanken

Geplaatst

Wereldwijd hebben zo’n 2200 miljardairs een gezamenlijk vermogen van 9000 miljard dollar. Hun vermogen is de laatste jaren verder gegroeid.

Jeff Besos, eigenaar van Amazon, bezit 200.000.000.000,00 dollar. Mark Zuckerberg van Facebook heeft 100.000.000.000,00 dollar. Voetballer Lionel Messi verdient per week minimaal 1.000.000 euro.

In een arm land als India groeit het aantal miljardairs gestaag door. De rijkste één procent van de wereldbevolking bezit inmiddels de helft van al het vermogen op aarde. Het is een kwestie van verdelen: ‘samen zullen we alles delen, ik een beetje meer dan jij’. (…of tóch niet…?) Waar de een veel krijgt, móet het wel ergens anders gehaald worden. Dat betekent, dat 1% van de wereldbevolking ervoor zorgt, dat het bij de andere 99% vandaan moet komen.

Deze laatste groep levert dus steeds verder in. Zo lang het grote ‘Ik’, het ego, de dienst uitmaakt, blijft deze situatie bestaan en wordt er niet gedeeld. In deze tijd is het voor velen ieder voor zich, aangejaagd door sociale media, overspannen consumptiegedrag en een groot opgetuigde reclame-industrie. Verantwoordelijke burgers zijn verworden tot consumenten. Geeft niet wàt je koopt, àls je maar koopt…

In de oudheid heeft de mensheid aan kracht gewonnen door samenwerking, dingen samen te doen. Zo was het vangen en het slachten van een mammoet het werk van een groep, in het belang van de hele groep. In je eentje was zoiets onmogelijk. In de loop der tijd werd het geldsysteem bedacht, als een middel om het allemaal wat hanteerbaarder te maken, zodat je makkelijker kon handelen met elkaar, maar niet als doel om er zoveel mogelijk van te bezitten.

Nu is geld geen middel meer, het is voor velen een doel geworden (projectontwikkelaars, beleggers…). Daarmee is geld een ander woord voor ego geworden. De andere helft is van de andere 99 procent. De rijkste 75 miljoen mensen in de wereld hebben evenveel als de overige 7,5 miljard mensen bij elkaar opgeteld.

In Nederland heeft de rijkste procent samen 30 procent van alle vermogen in handen. De rijkste 0,1 procent van Nederland heeft 11 procent van alle vermogen.

Ilja Leonard Pfeiffer zei het mooi in het tv-programma ‘Zomergasten’: “Vrijheid kan alleen vrijheid zijn als je bij alles wat je doet eerst aan de ander denkt”.

Daar zit de kneep. Het leven is écht heel eenvoudig, wanneer je éérst die ander ziet staan. Het is allemaal niet zo ingewikkeld… Echte liefde is oog hebben voor het geluk van de ander…

Veel Tesla’s, veel voedselbanken.., teveel Tesla’s, teveel voedselbanken…

Delen mag. Graag zelfs.
Bas Het is bijzonder om een Engel bij naam te kennen

Het is bijzonder om een engel bij naam te kennen

Geplaatst

Het leven is een en al een bron van ervaringen: mooie, trieste,  met alle varianten ertussen. Op mijn pad kwam ik Bert tegen. Hij had een levenservaring gehad, die hem en zijn dierbaren zó gegrepen heeft en die hem tot schrijven heeft gebracht. Ik vind zijn relaas mooi, vandaar dit waar gebeurde verhaal op deze website.

Het is bijzonder om een engel bij naam te kennen

Op 20 januari laten we een echo maken, omdat onze kleine al weken in stuit ligt. Hem draaien mag niet omdat de placenta niet goed ligt. Ineens blijkt tot onze schrik dat ons kindje een open rug heeft. Ons Ukkie zal waarschijnlijk gehandicapt zijn. We rouwen om het verlies van een gezond kind, maar passen in gedachten ons huis aan voor een kind in een rolstoel. We mailen vriend(inn)en en familie.

Ukkie zou 11 februari gehaald worden. Maar donderdagavond 6 februari jaagt de ambulance, die eerst niet wilde rijden, over de gladde weg naar het academisch medisch centrum. Net op tijd, want twintig minuten na aankomst zijn de vliezen gebroken en heeft Anneke al acht centimeter ontsluiting. Na een ruggenprik en vanwege zijn waterhoofdje een keizersnee, is om 01.15 uur onze tweede zoon Bas bij ons. Bert knipt de navelstreng door van de flinke baby (3885 gram). Hij lijkt precies op zijn grote broer Harry tot en met zijn zwarte kuif.

We zijn heel erg blij, maar ook bezorgd. Zijn beentjes staan namelijk recht op zijn lijfje in een dwangstand, hij heeft klompvoetjes en zijn cèle (open rug) is veel groter en ligt hoger dan verwacht. De hele vrijdag zijn er allerlei onderzoeken om te zien of ze Bas kunnen behandelen. Vrijdagochtend adviseert de dokter al om onze Bas niet te reanimeren als hij stopt met ademen.

We knuffelen Bas, zingen voor hem en vertellen hem verhaaltjes. Hij ontspant zich bij ons helemaal en ligt graag aan de borst.

Onze handen op Bas’ hoofdje

Zaterdag, op Anneke’s verjaardag, adviseert de dokter hem niet te behandelen bij infectie. Verder vraagt ze ons om na te denken over wat we willen als het ziekenhuis ons adviseert Bas niet te behandelen. Als ze dat adviseren en wij gaan akkoord, dan gaat Bas vlug dood, omdat hij meer pijnstillers nodig heeft dan zijn lijfje aan kan. Gaan we niet akkoord, dan kan Bas misschien wel zestig jaar oud worden. Maar dan is hij wel heel zwaar gehandicapt en heeft hij veel pijn. Wat moeten we doen? We hopen uit alle macht dat ze adviseren Bas wel te behandelen.

Zaterdagnacht geeft de verpleging hem zonder overleg de fles. Daarna snapt Bas het niet meer en gaan we na herhaaldelijk proberen van de borst over op de fles. Bert kan hem dan ook eens voeden.

Zondag komen oma en Harry op bezoek. We maken we er voor Harry een vrolijke middag van, omdat hij voor het eerst zijn broertje ziet. En we vieren Anneke’s verjaardag. We vertellen hem wel dat Bas heel ziek is.

Maandag zegt de dokter dat ze morgen pas hun advies kunnen geven, maar dat het er slecht uitziet. De spanning is verschrikkelijk. Weer de hele dag door onderzoeken. Arme Bas, hij krijgt bijna geen kans om te drinken.

Dinsdagmorgen tilt Bas voor het eerst zijn hoofd op als hij op zijn buik ligt. Dinsdagmiddag adviseren ze ons Bas te laten gaan. Hij is verlamd onder zijn middel en voelt alleen de voorkant van zijn bovenbenen een beetje, waardoor hij zijn benen wel naar zijn neus kan optrekken maar niet meer terug kan brengen. Hij is helemaal incontinent, heeft klompvoeten, vergroeide benen, knieën en heupen. Hij zal daarom waarschijnlijk altijd moeten liggen en kan heel misschien ooit in een rolstoel. Hij heeft of krijgt een waterhoofd met drain. Zijn kleine hersenen zakken weg in zijn achterhoofdsgat, waardoor hij mogelijk adem- en slikproblemen krijgt. Hij heeft een vergroeide rug, grote doorligwonden, steeds pijn enzovoorts. Ondanks de twintig tot honderd operaties die hij nodig heeft, zal hij nog verder achteruit gaan. Volgens het ziekenhuis is hij waarschijnlijk ook verstandelijk gehandicapt en met zo’n lijf is dat maar beter ook, zeggen ze. Er wacht hem namelijk een heel ellendig leven. We gaan akkoord, want we willen hem niet tot zoveel leed veroordelen. Dat moet zwaarder wegen, dan dat we zoveel van hem houden, dat we hem niet willen en kunnen missen. We zijn ontroostbaar. Alles gaat onvoorstelbaar vlug. We bellen familie en een paar vriend(inn)en om Bas in leven te laten zien. Terwijl zij onderweg zijn, doopt de dominee Bas en Harry samen. Hopelijk is dat een mooie herinnering voor Harry voor later. Het is de enige keer dat Bas van de afdeling weg mag, zij het met verpleging erbij.

Bijna iedereen kan komen op dinsdagavond en woensdagmorgen en luistert naar Bert’s verhaal. Dan gaan ze alleen en in tweetallen bij Anneke en Bas op bezoek. Woensdagmorgen pakt Bas de fles tussen twee armpjes om beter te kunnen drinken.

Woensdagmiddag komt als laatste Harry’s juf langs. Kort daarna maakt Harry de laatste foto van Bas en gaat met oma Gerda spelen en slapen in een hotel. Direct na het aanleggen van het morfine-infuus is Bas diep bewusteloos. Dat wijst op meer hersenschade dan ze konden zien. Hadden we wel laten behandelen, dan had hij waarschijnlijk niet kunnen praten en had hij elke operatie in de narcose kunnen blijven. Urenlang wordt hij om de beurt blauw en weer roze. Zijn hartje weigert het op te geven. Totdat hij na een laatste spuitje woensdagavond om 22.00 uur overlijdt.

Anneke wast hem samen met de zuster en kleedt hem aan, voor het eerst en voor het laatst. Direct daarna komt de dominee voor een afscheidsritueel voor ons. Heel bijzonder.

Donderdag rijden we na veel geregel, omdat geen taxi wil of durft te rijden, met Bas in een grote taxi naar huis. Deze thuiskomst hadden we ons zoveel mooier voorgesteld. We moeten alles regelen, er is geen kraamhulp voor Anneke, niks.

Zondag is de condoléance. Buiten staan meer dan 130 mensen in de vrieskou in de rij om Bas en ons te zien. Klasgenootjes van Harry met papa’s en mama’s, familie, vriend(inn)en en collega’s. Binnen klinkt babymuziek en hangen grote foto’s van Bas aan de muur. Er liggen kleurpotloden en tekenpapier en er staan bloemetjes in de kleuren geel, rood en blauw.

Op maandag 17 februari begraven we Bas bij heldere hemel met zon en negen graden vorst. Bert heeft ‘s ochtends de laatste schepjes aarde uit het grafje gegraven en alles aangestampt. Iedereen schrijft een kaartje met een groet aan Bas en bindt het aan een ballon. Bert vertelt kort hoe we ons hele leven met Bas voorstelden en dan zingt hij met Paul en Aart “O occhi manza mia”. Harry helpt Bert om Bas in zijn grafje te zetten. Anneke leest een gedicht voor bij de vijver. En tot slot laten we de ballonnen los. Ze waaien over Bas’ plekje heen naar de hemel.

Het is bijzonder om een engel bij naam te kennen.
En heel verdrietig.
Je bracht ons zoveel liefde,
dat het leeg is zonder jou.

We zullen Bas nooit vergeten. Wie kan er nu een eigen kind vergeten? We praten graag over Bas en koesteren de mooie herinneringen.

Delen mag. Graag zelfs.

“Er zijn mogelijkheden genoeg!”

Geplaatst


Eigen inzet maakt het verschil
Wat wil je bijdragen aan de Wageningse samenleving?

WAGENINGEN – Soheil Yazdani Rad (35) komt uit in Iran. Hij is geboren en getogen in het noordelijke stadje Qaemshahr aan de Kaspische Zee, in de provincie Mazandaran. Op zijn zeventiende ging hij naar de universiteit om van zijn passie zijn beroep te maken: elektronica. Soheil: “Daarna ging ik terug naar mijn stad om een baan te zoeken in de computerwereld, maar ik vond niets. Toen moest ik verplicht het leger in”. Hij vervulde zijn militaire diensttijd anderhalf jaar in Teheran. Hij nam vervolgens zijn studie weer op om zich verder op te werken en vond een baan in Teheran. “Daar heb ik acht jaar gewerkt, leuk werk met medische instrumenten”. Soheil Yazdani Rad kwam in de problemen, omdat hij overtuigd van de islam overging naar het christendom. “Toen moest ik het land verlaten, ik was er niet veilig meer. Dan ben je een crimineel met alle gevolgen van dien. Het was een moeilijke situatie. Als je in Iran als christen geboren wordt, is er niets aan de hand. Maar van islam naar christendom? Dat is onbespreekbaar. Dan kun je twee dingen doen: het stil houden of het land verlaten”, verzucht hij. “Als je geboren bent in jouw land, dan hou je van jouw land. Iran is zo’n mooi, hoog ontwikkeld land! Maar het is ongelukkig, zoals het daar nu loopt. Ik ben legaal naar Turkije vertrokken. Nu ben ik tien maanden in Nederland en verblijf ik in Wageningen”. Hij is blij verrast door wat hij in Wageningen ziet: “Het lijkt hier sterk op mijn geboorteplaats: veel bomen, regen! Is dit Nederland of is dit Iran? Ik heb hier een heel gelukkig gevoel!” Hij kende hier niemand, totdat hij hier tegen een landgenoot opliep, die uit dezelfde stad Qaemshahr kwam. “Ik ga elke week naar de kerk. Ik speel gitaar, dat doe ik nu ook in de kerk”. Soheil wil niet stilzitten: “Ik wil mijn tijd niet verspillen, ik wil actief zijn, mij nuttig maken voor de lokale samenleving. Ik voel me hier veilig, niemand die op mij jaagt. Ja, dat ene woord: vrijheid. Ik kan hier doen en denken wat ik wil. Daar heb je overal toestemming nodig van de overheid. Ach, dictators verdwijnen altijd. Is daar vrijheid, ja, dan ga ik terug naar Iran. Het is goed, maar eigenlijk niet”. In een tijdelijk onderkomen woont hij nu met zijn vieren op één kamer. Daar mist hij privacy. Hij vervolgt: “Het gevoel van veiligheid heb ik nog nooit zo sterk gevoeld als hier. Ik kom hier zoveel vriendelijkheid tegen! Dat maakt me zó gelukkig. Dat wijst op vertrouwen tussen de mensen”. Soheil wil met anderen een organisatie opzetten om vluchtelingen in heel Nederland te stimuleren in hun creativiteit: “Kunst is een unieke taal, die men overal verstaat. Vluchtelingen mogen niet werken, maar dit mag wel. Er zit zóveel kracht, talent en creativiteit onder deze mensen! Ik help mensen heel graag, dat maakt mij gelukkig! Die organisatie gaat er komen!” Op dit moment is hij actief voor Welkom in Wageningen als verhuurder van fietsen aan vluchtelingen. Soheil: “Je hebt hier mogelijkheden genoeg, als je er maar naar zoekt!” Nee, uitzicht op een mooie toekomst in Iran, dat ziet hij nog niet gebeuren.

Delen mag. Graag zelfs.
Jan Boer Wageningen Verhalen Digibrutaal

Digi-bru-taal

Geplaatst

De wereld verandert. Dat is altijd al zo geweest, geen dag hetzelfde, altijd maar doorontwikkelen, uitvinden en verbeteren.

Je woonde met je dierbaren lekker ongestoord in je knusse huisje en je kon rustig je gang gaan achter je voordeur. Niemand die je stoorde of stiekem over je schouder meekeek. Het begrip ‘privé’ was zó vanzelfsprekend. Je had je eigen dingen en gedachten, waar geen mens iets mee te maken had.

Zoals gezegd: tijden veranderen. Van het analog(isch…)e tijdperk wandelen we nu allemaal het digitale tijdperk binnen, of we het willen of niet. Oh, wat is dat toch allemaal handig, dat is geweldig! Zó makkelijk! Je hoeft geen brief meer te schrijven, welnee! Dus niet door de kou naar de brievenbus. Je stuurt heel simpel een e-mail, of nog beter: je stuurt appjes. Via websites gaat het natuurlijk ook heel makkelijk. Geen gesjouw met zware boodschappentassen, je gaat ontspannen naar de webshop. Boeken uit een boekwinkel? Ouderwets! Naar bol.com. Klik op de muis en het boek ligt morgen in de bus. Supermarkt? Ouderwets. AH brengt het naar je toe. Webshops: al die busjes komen het brengen. Druk op de weg! Zó makkelijk allemaal!

Zo kunnen we nog wel even doorgaan. Maar… er zit een keerzijde aan deze gemaksmunt, dat is de ongemakkelijke andere kant. Wàt je ook doet, waar je ook bent: je laat je sporen achter op internet. Dat is kaasje voor talloze digitale spoorzoekers. Dat is digitaal goud waarmee veel geld te verdienen valt. Daar duikt het begrip ‘algoritme’ op. Alles wat je op internet doet, gaat er nooit meer af en wordt onthouden. Die algoritmes zorgen ervoor, dat men heel goed jouw internetgedrag kan zien. Daar stelt men zich op in en daar verzamelt men veel gegevens van jou.

Privé? Dat is een uitstervend begrip. Nieuwe generaties groeien op zonder ooit te weten wat privé is. In China is men daar al heel ver mee. De Chinese president Xi Jinping wil grip houden op al zijn landgenoten. Hoe hij dat doet? Heel gezellig! Mao pompte tijdens de Culturele Revolutie het rode boekje in de koppies van de Chinezen: analoog. Xi is zo lief: hij liet een app ontwikkelen. Deze app is de ‘populairste’ van China. Elke dag krijgen tientallen miljoenen gebruikers een ‘gouden quote’ van Xi op hun smartphone binnen. Ze kunnen dan zijn speeches terugkijken en quizvragen over zijn heerschappij beantwoorden en dat alles volgens een puntensysteem: een filmpje over Xi’s bezoek aan Frankrijk bekijken levert één punt op, een quiz foutloos beantwoorden tien punten. Die kun je dan weer inwisselen voor bijvoorbeeld kortingen op restaurants of toegangskaartjes voor bezienswaardigheden. Maar….. de app is meer dan een leuk speeltje. Bedrijven beoordelen hun werknemers op basis van hun dagelijkse scores om zo in de gunst te komen bij de overheid. Chinese scholieren klagen op internet dat ze door de directie zijn gestraft omdat ze weinig punten haalden. Ambtenaren moéten meedoen. Met weinig punten worden mensen afgerekend: moeilijk een hypotheek krijgen of een baan. De deur naar de digitale dictatuur is in China geopend….

En wij dan?

Misschien vind jij wel ergens een leuke, handige gezondheids-app, waarmee je gegevens van jezelf kunt zien en bijhouden. Dat kan stimulerend werken om verder te werken aan een gezond lijf. Maar dan …. blijken er tóch stilletjes gegevens van jou vastgelegd te worden. Die worden opgepikt door bedrijven om daar hun voordeel mee te doen. Ze verkopen jouw gegevens, verdienen daar veel geld mee en … hup… daar komen op maat gesneden reclames op je af. Hoe lang moeten we nog wachten, voordat bijvoorbeeld zorgverzekeraars deze gegevens misbruiken om met jou af te rekenen? Goede, gezonde gegevens op jouw app? Dan ga je wellicht minder betalen. Vallen de resultaten tegen of zijn er problemen? Ja, dan zul je misschien meer premie moeten betalen… We wachten het maar af. De Chinezen zijn ons voor, maar misschien worden wij wel een goede tweede in het volgen van jou…..  Ach, men weet alles allang van je. Geen muur of deur, die dat nog tegen kan houden. Privacy? Voorlopig alleen nog op het toilet.

Delen mag. Graag zelfs.

Sound of Silence

Geplaatst

Mijn oren…, twee toch wel behoorlijke jongens aan mijn hoofd. Hun klus: het dragen van mijn bril? Of toch óók nog iets anders: horen, luisteren?

*Horen…? Daar kan ik niks aan doen, dat geluid komt als vanzelf mijn gehoorgang binnen, geeft een roffel op mijn trommelvliezen en mijn hersenen maken er dan hapklare brokken van voor mij, die daar vertaald worden tot begrepen kost. Er is de hele dag door zóveel te horen: radio, tv, muziek, verkeer, mensen en nog veel meer, dat het horen je vergaat.

Ik denk er wel eens over na wat je eeuwen geleden eigenlijk buiten op straat kon horen: het geratel van karren op de keien, het geroffel van paardenhoeven, de hamer van de smid, een loeiende koe, geluid van spelende kinderen. En verder… niet zoveel, lijkt me. Dat moet wel lekker rustig geweest zijn. Dat is grondig veranderd. Vraag dat maar eens aan mensen, die bij Schiphol wonen. Als er niets meer te horen valt, ben je dood, doof, of… word je zenuwachtig, want stilte…. dat zijn we niet gewend in een tijd, dat mensen lawaai maken en de natuur geluid maakt. Mijn advies: ga maar eens naar een willekeurig natuurgebied in Noorwegen. Daar is het zó stil… je weet niét wat je hoort!! Dat kun je ook niet weten, want je hoort er écht niks!! Die sensatie zou ik iedereen gunnen, want dan kom je heel dicht bij jezelf.

Maar dan… *Luisteren! Dat vind ik best heel moeilijk. Ooit hoorde ik de uitspraak: “Weet je waarom je twee oren hebt en maar één mond? Omdat je twee keer zo goed moet luisteren dan praten”. Ach ja, want alles wat ik zeg, dat weet ik allemaal al. Luisteren vraagt een andere, actieve houding. Ik zet mijn oren open, mijn hersenen aan en ik ben alert op het geluid, dat bij mij binnenkomt: de diepe zucht van mijn geliefde (heeft ze een probleem?), het kuchje van de gast (die wil aandacht?), het geritsel achter de deur naar die donkere gang (een inbreker?)

Luisteren…. ik oefen er veel op. Valt niet altijd mee. Wat vraagt dat geluid van mij? Wat wordt mijn reactie? In de tijd van iPhone, iPad, iPod en ( -helaas ook) iWorld- wordt er niet meer goed geluisterd. We zijn veel met ‘i’ (aai), met onszelf, bezig. Kijk maar eens in een vergadering. Iemand is aan het woord en daar gaan we al: “Ja, maar ik…..!!” En dan ben je alweer geblokkeerd, omdat je iets wilt vertellen, terwijl je het verhaal van de ander niet eens binnen laat komen. Ja, we zijn met elkaar vanuit de diepte naar de oppervlakte gekomen: zó oppervlakkig… Hoe is het? Alles goed? En men loopt door zonder verder een antwoord af te wachten. De knapste interviews op radio en tv vind ik dié interviews, waarbij je alleen de gast aan het woord hoort. De interviewer hoor en zie je niet. Dan word je wel gedwongen om te luisteren.

Dan is er volgens mij nog een andere, heel moeilijke vorm van luisteren. Luisteren naar binnen. Dat is luisteren naar jezelf, naar wie je écht bent. En dat vind ik niet eenvoudig! Weet je, we hebben vanaf het begin van de basisschool zó geleerd om ons gevoel, onze intuïtie, achter ons te laten en om in ons verstand te gaan zitten, dat we teveel denken en daardoor dus te weinig voelen. Denken blokkeert het gevoel. Niks intuïtie, niks creativiteit. Door heel stil te zijn voel ik wie ik ben. Echte stilte is contact maken met je zelf. Daar hoef je niet de bergen voor in of een week in een klooster, waar je de hele dag niks mag zeggen.

Stilte kan soms ongemakkelijk zijn. Kijk maar naar het spreekwoord, wanneer er in een groepje mensen opeens een stilte valt. We zeggen dan “Er gaat een dominee voorbij”. Gevoel…. een geweldige, miskende bron, boordevol informatie, die we allemaal hebben. Grandioze ideeën bedénk je niet, die komen uit je verbeelding, je gevoel, zó maar naar boven, ze ‘schieten je te binnen…!’ Durf een beslissing te nemen vanuit je gevoel: de wereld gaat voor je open. Op school word je afgeleerd om naar je eigen gevoel te luisteren, om op je gevoel te vertrouwen. Nee, daar is geen ruimte voor. Daar leer je te doen wat een ander zegt. Kijk maar naar de vakken met gevoel: de creatieve vakken. Daar is steeds minder ruimte voor. Je gevoel filtert en het stuurt je naar de bron, die stilte heet, daar waar je grote krachtbron ligt. Zonder stilte ben je het contact met je zelf kwijt. …

Delen mag. Graag zelfs.
Jan Boer Kom hier met je geld!

‘Kom hiér met je geld…..!!’

Geplaatst

Loop ik door de winkel, zie ik alle aanbiedingen vanuit alle hoeken naar mij schreeuwen: “Neem mij mee, dan krijg je er twee!”

Reclame… geld verdienen….. prikkelen, maakt niet uit hoevéél je koopt, als je maar koopt!! Dat is de achterliggende boodschap. We leven met een heleboel mensen op een wereldbolletje en al die mensen willen het allemaal ‘goed’ hebben.

Bij veel mensen is het besef allang doorgedrongen, dat we heel voorzichtig moeten zijn met wat er groeit en bloeit en met wat er in de grond zit en dat we op de rem moeten trappen. Maar nee, hoor… We hebben juist een enorme industrie opgetuigd, die maar op één ding uit is: “Kom hiér met je geld!” Geld verdienen, steeds meer, en liefst nog wat erbij, maakt niet uit, als je maar verdient. Kom ik in een hotel: iedereen is vriendelijk voor mij (Kom hiér met je geld!) Ga ik naar het restaurant: hetzelfde (Kom hiér met je geld!). De grote loterijen maken me stapelgek met hun vervelende reclames (Kom hiér met je geld!) Zo kan ik eindeloos doorgaan: reclames over brillen, gehoorapparaten vervuilen de tv.

Geld is doel geworden, waar het ooit een middel was. Ooit draaide de wereld om zijn as, nu om geld. Dat kost natuur en milieu vroeg of laat de kop. De reclame-industrie heeft zich tot een machtig, nauwelijks te passeren apparaat ontwikkeld. Maar waaróm moet je eigenlijk reclame maken? Wat is de zin? Moeten we de wereld dan dood- of leegverkopen? Veel mensen ergeren zich aan de reclameboodschappen, die de hele dag om je trommelvliezen zeuren of die je voor ogen krijgt. Niks van wat daar voorbij komt, heb je echt nodig. Daar heb je het woord: nodig!

Willen we de wereld op adem laten komen, dan moeten we helemaal van die reclame-industrie af. Ja, het zal een aantal mensen hun baan kosten, maar zo doorgaan gaat ons allemaal op den duur alles kosten…. staan we samen met lege handen en een geplunderde aarde. Vroeg of laat zullen we er met elkaar toch aan moeten geloven: gaan we de ene kant op: ego-logisch? Of de andere kant: eco-logisch? Ego-logisch: genieten, consumeren, profiteren met oogkleppen op, totdat de boel spaak loopt. Eco-logisch: met beleid alleen dat eruit pikken, wat je écht nodig hebt. Neem een voorbeeld aan de dieren.

Verbeter de wereld, begin met mezelf en laat de wereld weer om zijn as draaien.

Delen mag. Graag zelfs.